Educatief materiaal bij de voorstelling

“Ik lees een tafel”

egeltje2

 

 Hier vind je het educatief materiaal bij de voorstelling. Naast het boek van de voorstelling vind je ook allerlei uitgewerkte lesideeën gemaakt voor de groepen 3 t/m 6. Wij denken dat jullie als docent het best kunnen inschatten wat er bij jullie groep past. Wij hopen dat de voorstelling jullie als docenten ook inspireert bij de taallessen. Het is leuk om met een andere blik naar taal te kijken.

Wij hopen dat ook kinderen die taal en lezen eigenlijk niet zo leuk vinden, door deze voorstelling geïnspireerd raken.

Veel plezier met dit materiaal!

De spelers en makers van Koeterwaals


 

printversie                  EDUCATIEF MATERIAAL

                                   KOPIEERBLADEN



_boeklabelNa de voorstelling

Inhoud:  Nagesprek bij de voorstelling en zelf woorden verzinnen.
Werkvorm: Klassikaal gesprek en individueel.
Duur:  30 tot 45 minuten (of in meerder keren).
Voorbereiding:  Prentenboek bij de hand, fragment startklaar en  poster opgehangen in de klas.

 

Inleiding

De kinderen hebben voor de klas een poster gekregen. Hang deze poster op een goed zichtbare plek op in de klas. Vraag aan de kinderen wat ze herkennen uit de voorstelling. In principe staat het hele verhaal op de poster en kunnen de kinderen associërend de hele voorstelling navertellen.

Vragen over de voorstelling om de kinderen op gang te helpen

  • Wat vonden jullie van de voorstelling?
  • Wat vind je het allerleukste stukje?
  • Wat voor een cadeau heeft Abel gekregen?
  • Waarom was supervetmegainteressant geen goed woord voor het cadeau?
  • Wat voor muziek hebben jullie gehoord?   Wat vinden jullie van de muziek?
  • Wat deed de rode knop in de voorstelling?
  • Waar ging de voorstelling over?
  • Is Zola echt echt?
  • Heeft Abel een woord gevonden voor zijn Cadeau?

 


 

Kern

Theatergroep Koeterwaals - Ik lees een tafel 5+ (c) Henry Krul (9) kopie     

 

 

      

 

 

 

 

lupsen

Hoe vonden de kinderen de zelfbedachte woorden van Abel? Hebben ze zelf wel eens woorden bedacht voor iets? Je kunt woorden bedenken voor iets wat al bestaat: zoals een vogel wordt een poeritalo. Of je verzint een woord voor iets nieuws. Zoals Zola in het begin van de voorstelling ging Lupsen (raar zijwaarts lopen).

 


Opdracht:

Stel de kinderen voor om voor drie dingen iets anders te verzinnen

  • De eet en drink pauze (b.v. Zullen we gaan habutrieren )
  • Gymmen (b.v. we gaan zo lekker Zwatten)
  • Goedemorgen (b.v. Prielo!)

Je kunt de kinderen eerst voor zichzelf de woorden laten bedenken. Daarna in groepje de beste uitkiezen en dan met de klas de uiteindelijke woorden afspreken. Schrijf ze op het bord en spreek af ze deze week te gebruiken. Vinden ze het lastig? Doe het net als Abel: Eerst een beginletter, dan een volgende letter, en dan komt het woord vaak vanzelf.  Zie fragment uit de voorstelling.

 


 

Afsluiting

Vertel de kinderen dat er een prentenboek is bij de voorstelling. De kinderen kunnen daar zelf in lezen en je kunt het voorlezen op elk moment. Het boekje is digitaal en online te bekijken op een computer, tablet of met een digitaal schoolbord.

De Kleinste Bibliotheek

De kinderen richten samen de kleinste bibliotheek in. Laat de kinderen zelf verzinnen wat daar allemaal in moet.  Achteraan deze lesbrief vind je kopieerbladen om bibliotheekpassen te maken en een open en gesloten bordje. Verder krijgt de klas een speciale ‘ik lees een tafel’ stempel.

 

Verder heb je nodig om de bieb in te richten

  • Een stempelkussen
  • Pennen
  • Kleine papiertjes
  • Een leeg schrift wat als woordenboek kan dienen. Daar schrijven we nieuwe woorden in op.
  • oude boeken waar in gestempeld en geschreven mag worden.

 


En eventueel:

  • Een nepbril om de biebjuf te spelen
  • Letterstempels
  • Kleine boekjes (zelfgemaakt)
  • Brieven, boodschappenlijstjes, etc

 


 

Regels van de kleinste bibliotheek:

  • In de bibliotheek graag hard lachen om een mooi geschreven grap of huilen om een ontroerend gedicht.
  • Ezelsoren in de boeken verplicht.
  • In de boeken schrijven
  • Niet vergeten mee te nemen naar de WC tijdens het poepen!”

De regels mogen natuurlijk aangevuld/veranderd worden door de kinderen!

 


 

Spelen in de bibliotheek

De kinderen kunnen in kleine groepjes in de bibliotheek werken en spelen.De bibliotheek kan ook gebruikt worden bij de dramalessen.

Kopieerbladen

passen_verzamelvelopen_gesloten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Theaterlessen

Deze theaterlessen kun je het best in een speelzaal geven. Je kunt de muziek uit de voorstelling gebruiken. Deze muziek is te downloaden van de site.


 

Supervetmegainterssante oefening

Bekijk het fragment “supervetmegainteressant’ uit de voorstelling (zie website)

Alle kinderen staan in een grote kring. De Leerkracht geeft een denkbeeldig cadeau aan de linker buurman. Laat goed zien hoe groot het cadeau is door met je handen goed het ‘pakje’ vast te houden. Ook kun je goed uitbeelden of het cadeau zwaar of licht is. Dan pakt de ontvanger het cadeau uit en kijkt wat erin zit. De reactie is : supervetmegainterssant! Vertel de kinderen dat Abel supervetmegainteressant op heel veel verschillende manieren zegt. Dat gaan de kinderen ook doen. De klas herhaalt wat de ontvanger net zei. Op dezelfde manier. Daarna wordt het pakje doorgegeven naar de linker buurman.

 


 

De Reis ( groep 3 en 4)

Bekijk het fragment ‘de reis’ uit de voorstelling (zie website)

 

Opdracht op reis naar Hier

Alle kinderen staan op de vloer in de speelzaal. Ze gaan opzoek naar de kleinste bibliotheek. Vertel dat je sommige woorden verzint voor een beweging en dat kinderen zelf mogen weten wat ze doen. Dat betekent dus dat alle kinderen andere dingen kunnen doen. Ze lopen ook kris kras door de ruimte.

Vertel (lees voor) het volgende verhaal. Geef de kinderen tijd om het uit te spelen.

De reis naar HIER:

Wat ligt daar nu op de grond? Een groot stuk papier. Je pakt het op. Het is een kaart. Een grote. Je vouwt hem helemaal uit. Het is een hele bijzondere kaart. Bekijk de kaart goed. Het is een kaart op weg naar Hier. Dat is een lange weg zeg! Nou je gaat op pad. Wat moet je eigenlijk meenemen op zo’n grote tocht. Je pakt een rugzak in met handige spullen, zoals een dekentje, een zakmes, een flesje water, een zaklamp. Ook smeer je een broodje voor onderweg. Je trekt je beste wandelschoenen aan en gaat op pad. Het begint makkelijk: lekker slenteren over een kronkelweggetje. Dan kom je bij een bos. Er is geen pad. Hier moet je over de boomstammen roetelen. En dan daarna ga je lupsen langs de bomen. Pas op! Gevaar, hier dingedong je heel voorzichtig over de stenen hier. Het bos wordt wel heel donker, je pakt je zaklamp en schijnt op de bomen. Lekker spannend. Daar in de verte is een open plek. Je zoeft erheen! Even uitrusten hoor. Je gaat even zitten. Je pakt je broodje uit je rugzak en je flesje water.

 

Wat zie je daar nou zitten een Eekhoorn die een boek leest? Het is Evert: hij bromt: Als je naar hier wilt moet je daar zijn! En hij wijst naar het noorden. Nou dan ga je daar maar heen. Dan kom je bij een zandweg. Ha lekker met je blote voeten! Je loopt over de weg. Opeens zie je de zee. Dan staat daar een bord. Daarop staat: Voel jij je ook zo ziewozie? Je haalt even diep adem. Je ruikt de zee en je hoort de zee. Maar je bent op weg naar Hier! Wanneer ben je er nou? Je loopt verder over het duin. Daar moet je nog een flink stuk dingedongen. Maar je kunt het . Je bent moe, je hoeft nog maar een klein stukje. Volgens de kaart ben je er bijna. Alleen nog even Lupsen over dit richteltje. En dan om het Hoekje. Je bent er! Je bent HIER! (Maar was dat niet op dezelfde plek als waar je bent begonnen? )

*vragen na afloop: Hoe was het om te doen? Wat er nu zou kunnen gebeuren?

* De kinderen kunnen later in de klas een tekening maken van de kaart die ze hebben bedacht. Hoe zag hun kaart eruit?

 


 

Opdracht volg Zola

De kinderen maken tweetallen. De een is Abel en ander Zola.

“Zola” neemt “Abel” mee op reis, hij moet allemaal gekke bewegingen doen van Zola . Hij vindt het wel leuk, maar ook spannend. De kinderen lopen in tweetallen door de ruimte en maken hun eigen reis totdat ze bij HIER zijn. Vertel de kinderen dat de opdracht op muziek is, niet teveel praten. “Zola” doet een beweging en “Abel” doet het na.

Daarna wisselen ze  van rol. Gebruik de reismuziek uit de voorstelling. Kijk op de website.

 


 

Scenes in de bibliotheek. (Groep 5 en 6 )

Gebruik de spelkaartjes om de scenes te starten. Er spelen steeds twee kinderen in een scene. 1 van de twee heeft een kaartje om het spel een impuls te geven. De scenes worden door de kinderen geïmproviseerd voor de groep. Ze spelen het meteen.

printen>> theater_kaartjes

Improviseren is heel leuk om te doen. Een paar tips om de kinderen makkelijker te laten spelen.

  • Samenspelen alle twee de spelers moeten aan ‘beurt’ komen.
  • Niet ‘blokkeren’. Als iemand zegt dag oma! Niet zeggen: nee dat kan niet ik ben de groenteman!
  • Niet teveel denken. Spelen is doen!
  • Laat de kinderen merken dat ze niet teveel moeten praten, als ze ook iets kunnen doen.
  • Duidelijk praten

Als de kinderen na een tijd op dreef zijn kunnen ze ook zonder kaartjes improviseren in de bieb en zelf personages verzinnen.

 

Boekjes maken

Inleiding

Het is misschien leuk om het boek van de voorstelling (nog) een keer voor te lezen voor de klas. Hoe vinden de kinderen het om het verhaal te horen nadat ze de voorstelling hebben gezien? Meestal wordt een film of toneelstuk gemaakt naar aanleiding van een verhaal. Hier is het andersom! Eerst was er het toneelstuk en toen het boek!

 


 

Het kleinste boekje vouwen

Kinderen kunnen zelf het kleinste boekje vouwen! bekijk het filmpje

hetkleinsteboekjeklik op het plaatje om af te drukken.

 

 

 

 

 

 


 

Een gewoon klein boekje
Je kunt een klein boekje maken van enkel een A4tje en een schaar. Je hebt geen lijm nodig! Als je dit eenmaal aan de kinderen hebt uitgelegd is er geen houden meer aan. De kinderen zullen waarschijnlijk een hoge boekenproductie hebben! Bekijk zelf of samen met je klas naar de filmpjes om te kijken hoe je deze moet vouwen. Als je een dikker boekje wilt moet je wel plakken, dat zie je ook in het  filmpje.


 

Een leporello boekje
Abel opent in de voorstelling een bijzonder boekje, daar staat een slinger op geschilderd. Zo’n boekje heet een leporello boekje. En zo’n boekje kun je makkelijk maken. Je hebt een strook papier nodig. De lengte van een A3 papier is heel geschikt. Je kunt dan vier stroken uit 1 A3 papier halen. Bekijk het filmpje

boekje

 

 

 

 

 

 

 


 

Een boek-egel maken

Vooraf: verzamel oude boeken, liefst met een zachte kaft, pocketboekjes.(doktersromannetjes!). Zo’n mooie egel maken is helemaal niet moeilijk. De kinderen zullen het prachtig vinden. Bekijk hier het filmpje. Het is niet moeilijk zo’n egel te maken. Je begint met vouwen. Alle blaadje worden 45 graden gevouwen, een deel van de bovenkant blijft recht.

 

Bekijk hier onder alle instructiefilmpjes!

Hier vind je de muziek die speciaal voor de voorstelling is gecomponeerd en gemaakt door Jan Evers

de kleinste bibliotheek

woorden schrijven

de reis